|
Epilepsie
is het herhaald optreden
van toevallen. Meestal
komen die aanvallen met
een zekere regelmaat van
gemiddeld eens per
maand. Treden ze vaker
op, dan zijn medicijnen
noodzakelijk.
Aanvallen
ontstaan doordat er in
de hersenen bepaalde
signalen niet worden
afgezwakt. In normale
gevallen worden in de
hersenen een heleboel
signalen ontvangen,
verwerkt en verzonden.
Het wordt allemaal
automatisch in de juiste
banen geleid. Als een
hond epilepsie heeft,
worden de signalen niet
allemaal op de juiste
manier verwerkt. Ze
hopen zich als het ware
op en op een bepaald
moment komen ze tot een
uitbarsting in de vorm
van een aanval. De hond
zelf merkt daar in
principe weinig van.
Er
bestaan twee soorten
epilepsie:
primaire
epilepsie, ook wel
idiopatische, genetische
of 'echte' epilepsie
genoemd en secundaire
epilepsie, waarbij een
aanwijsbare oorzaak te
vinden is. Meer over
deze soorten vindt u op
de
pagina
<soorten
epilepsie>.
Epilepsie
bestaat zoals al eerder
verteld uit het
herhaaldelijk optreden
van aanvallen. Bij
honden zijn er drie
soorten aanvallen te
onderscheiden:
- Partiële
aanvallen, waarbij
bepaalde delen van
het lichaam betrokken
zijn, zoals
bijvoorbeeld
stuiptrekken,
vlieghappen,
zenuwtrekjes in het
gezicht of het
trekken met een
oor.
- Gegeneraliseerde
aanvallen, ook wel
grand mal genoemd.
Deze aanvallen
bestaan uit twee
fasen: de tonic en de
clonic fase. De tonic
fase is herkenbaar
aan het omvallen van
het dier, verlies van
bewustzijn, het
verstijven van de
poten en krampen van
het hele lichaam.
Soms stopt ook de
ademhaling. Deze fase
duurt gewoonlijk
ongeveer 10-30
seconden. De clonic
fase bestaat uit het
bewegen van het hele
lichaam, waaronder
het heftig bewegen
van de poten (het
zogenaamde 'lopen').
Bij beide fasen kan
ook de controle over
blaas of darmen
wegvallen en kan er
salivatio optreden.
In sommige gevallen
verschijnt er schuim
om de
mond.
- Atypische
aanvallen, welke niet
in te delen vallen
bij de vorige twee
soorten.
Op
de pagina
<soorten
aanvallen>
gaan we uitgebreider op
bovengenoemde aanvallen
in.
De
meeste aanvallen zijn in
drie fasen in te
delen.
De
prodrome is de
beginfase voor de
werkelijke aanval.
Hierin treedt een
bewustzijnsverandering
op. De hond is onrustig
en vertoont soms
afwijkend gedrag. Het
dier kan aanhankelijker
worden, of zich juist
terugtrekken. Soms is er
een vreemde blik in de
ogen te zien. De
prodrome kan enkele
minuten tot enkele dagen
aanhouden. Enkele
seconden tot enkele
minuten voor de
feitelijke ictus (zie
hieronder) vindt de aura
plaats, een kortdurend
vreemd gedrag, of raar
kijken van de
hond.
De
ictus is de
werkelijke aanval,
waarin dus de tonic en
de clonic fase optreden.
De hond valt om,
verstijfd gedurende een
korte periode (± 30
seconden), gevolgd door
ontspanning, waarbij
krampen en heftige
beweging met de poten
optreed. De ictus duurt
ongeveer 1-3
minuten.
De
postictale fase
is de periode na de
aanval. De hond komt bij
bewustzijn, krabbelt
overeind en is meestal
een poosje de kluts
kwijt. Sommige honden
hebben extreme honger of
dorst. Vaak zien ze
slecht en hebben moeite
met bewegen. Enkele
honden zijn vlak na de
aanval overactief en
anderen zijn juist
geheel uitgeteld. De
post-ictale fase kan
enkele minuten tot
enkele dagen
duren.
|