|
We
vertelden bij de uitleg
over epilepsie al dat er
twee soorten epilepsie
bestaan: primaire en
secundaire
epilepsie.
Primaire
epilepsie wordt ook wel
idiopatische, genetische
of 'echte' epilepsie
genoemd. Voor dit soort
epilepsie is meestal
geen oorzaak te vinden.
De diagnose wordt
gesteld door alle andere
oorzaken uit te sluiten.
Primaire epilepsie
ontstaat meestal als de
hond een leeftijd heeft
tussen 6 maanden en 5
jaar (met een gemiddelde
van 3
jaar).
Door
onderzoeken is inmiddels
aangetoond dat
idiopatische epilepsie
een erfelijke grondslag
heeft. Het is dus ook
verstandig met honden
die epilepsie hebben
niet te fokken. U kunt
het beste de fokker (en rasvereniging) van
uw hond inschakelen,
aangezien het noodzaak
is de lijn waarin de
epilepsie voorkomt,
geheel van de fok uit te
sluiten.
Secundaire
epilepsie wordt
gekenmerkt door een
aanwijsbare oorzaak die
voor de aanvallen te
vinden is. Er zijn tal
van oorzaken voor
secundaire epilepsie,
waarbij het doel van de
behandeling is, de
oorzaak weg te nemen,
wat echter soms moeilijk
is, omdat de oorzaak
niet altijd duidelijk is
vast te
stellen.
De
meestvoorkomende
oorzaken voor secundaire
epilepsie is
hepato-encefalopathie en
hersentumoren.
Hepato-encefalopathie
treedt vaak op bij hele
jonge honden (<1
jaar) of oude honden
(>6 jaar). Bij jonge
honden wordt het vaak
veroorzaakt door een
levershunt. Een
levershunt is een
aangeboren afwijking
waarbij bepaalde
bloedvaten niet goed
zijn aangelegd. Hierdoor
kan de lever gifstoffen
niet uit het bloed
zuiveren, waardoor o.a.
ammoniak in het bloed
achterblijft. Deze
ammoniak kan zorgen voor
gedragsveranderingen,
agressie en
epileptiforme
aanvallen.
Bij
de oudere hond wordt
hepato-encefalopathie
vaak veroorzaakt door
acute
hepatitis.
Hersentumoren
zijn er in vele soorten
en maten. Vaak kan
alleen middels een
hersenscan (CT-scan)
worden aangetoond of er
sprake is van zo'n
tumor. Over het algemeen
komen hersentumoren meer
bij de oudere hond voor,
dan bij de jongere en
helaas is er in de
meeste gevallen weinig
aan te doen als bij een
hond een tumor wordt
vastgesteld.
Secundaire
epilepsie komt meestal
tot uiting als de hond
jonger is dan 6 maanden,
of ouder is dan 5
jaar.
Naast
hepato-encefalopathie en
tumoren zijn er nog een
aantal andere
aandoeningen die
epileptiforme aanvallen
veroorzaken. We noemen
er een aantal
van:
Hypoglycemie,
ofwel een te laag
bloedsuikergehalte. Dit
komt soms voor bij pups
en bij jachthonden
(hunting dog
hypoglycemic syndrome).
Ook bij een insulinoom
wordt dit symptoom
gezien. Een insulinoom
is een woekering van
kliercelletjes in de
alvleesklier. Deze
gezwelletjes produceren
insuline, waardoor de
hond aanvalsgewijs een
veel te laag
bloedsuikergehalte
heeft. Doordat de
hersenen te weinig
voeding krijgen, kunnen
er epileptiforme
aanvallen
optreden.
Intoxicaties,
waarbij vaak acute
epileptiforme aanvallen
optreden. In het bloed
worden veelal geen
afwijkingen
aangetroffen. Diagnose
is echter erg moeilijk
als er geen duidelijke
aanwijzingen
zijn.
Meningo-encephalitis
(hersenvliesontsteking)
is een progressief
verlopende aandoening,
waarbij ook
epileptiforme aanvallen
kunnen optreden. Vooral
bij een infectieuze
ontsteking kunnen de
aanvallen het enige
duidelijke symptoom
zijn.
Naast
bovengenoemde
aandoeningen zijn er nog
een aantal die van
minder belang zijn.
Mocht u meer willen
weten, aarzel dan niet
om een email te
sturen.
|