|
Zoals
we al eerder lazen, kent
epilepsie een aantal
verschillende soorten
aanvallen. We noemden al
de partiele aanvallen,
de gegeneraliseerde
aanvallen en de
atypische
aanvallen.
Partiële
aanvallen beginnen
doorgaans plaatselijk
(lokaal) en komen op die
manier ook meestal tot
uiting: trillen met een
oor of een poot, of
knipperen met een oog.
Soms breiden zulke
aanvallen zit uit tot
een gegeneraliseerde
aanval.
Afhankelijk
van de plaats
(lokalisatie) kan een
partiële aanval
zich op verschillende
manieren manifesteren.
Als voorbeeld kunnen we
noemen de "lobus
temporalis" aanvallen
(psychomotorische
aanval), waarbij de hond
achter zijn staart
aanrent of naar
denkbeeldige vliegen
hapt, en de Jacksonische
epilepsie (epilepsie van
Jackson) waarbij de
partiële aanval die
bijvoorbeeld in 1 poot
begint, zich geleidelijk
uitbreid naar een
gegeneraliseerde
aanval.
Gegeneraliseerde
aanvallen worden ook wel
grand mal genoemd. We
schreven al dat zo een
aanval uit drie fasen
bestaat, waarvan de
tweede fase ook weer uit
twee delen
bestaat.
De
aanval begint met de
prodrome en de aura,
waarbij de hond zich
anders dan normaal
gedraagt. Hij vraagt
soms meer aandacht, is
heel onrustig, weet niet
goed wat hij wil. Vlak
voor de aanval valt dat
het meest op; als de
hond in de aura zit.
Kort daarop begint de
tonic fase van de ictus:
de hond valt om,
verstijft, er ontstaat
opisthotonos en soms
stopt de ademhaling.
Deze fase is doorgaans
vrij kort: meestal 10-30
seconde en wordt gevolgd
door de clonic fase,
waarin de hond met de
poten begint te trappen,
soms kauwbewegingen
maakt en urine en/of
ontlasting laat lopen.
De pupillen kunnen zich
verwijden, er kan
salivatio optreden en
soms gaan alle haren
overeind staan
(piloerectio). Deze fase
duurt ongeveer 1-2
minuten.
De
postictale fase is de
afsluiting van de
aanval. Soms is de hond
meteen weer normaal,
vaker echter is hij
onrustig,
gedesorienteerd, en
loopt zwabberig rond.
Soms treed blindheid op.
De verschijnselen kunnen
in duur varieren tussen
de enkele minuten en
enkele dagen.
De
atypische aanvallen
spreken voor zich; dat
zijn aanvallen die niet
in te delen vallen in de
eerder genoemde groepen.
Dit soort aanvallen
komen eerder bij mensen
voor, dan bij
dieren.
Soms
wordt er wel eens
gesproken over petit mal
(absence) aanvallen. Dit
soort aanvallen zijn
ongewoon bij honden,
ofwel worden vaak niet
waargenomen door de
eigenaar. Aangezien ze
bij mensen regelmatig
voorkomen, vallen ze dus
onder de groep atypische
aanvallen.
Buiten
de genoemde soorten
aanvallen, zijn er een
tweetal bijzondere
vormen van een
gegeneraliseerde aanval,
waar extra aandacht aan
besteed moet
worden:
Clustering
Dit
is wanneer een hond
meerdere aanvallen op
een dag heeft (met een
tussentijd die kan
variëren van enkele
minuten tot enkele
uren), waarvan hij
tussentijds voldoende
hersteld, dus waarbij
een duidelijk herkenbare
postictale fase
optreedt. U dient uw
dierenarts hiervan op de
hoogte te stellen,
aangezien een cluster
vaak niet vanzelf stopt,
maar met medicijnen
doorbroken moet worden
(zie
<valium
protocol>).
Status
epilepticus
Hierbij
is sprake van een
aanval, die langer dan
enkele minuten duurt,
waarbij de hond niet of
nauwelijks bij
bewustzijn komt en er
geen duidelijke
post-ictale fase
optreedt. Elke aanval
wordt gevolgd door een
nieuwe, waardoor de
aanvallen eindeloos door
kunnen gaan.
Indien
u vermoed dat uw hond in
een status epilepticus
verkeert, dan dient u
met spoed
diergeneeskundige hulp
in te roepen. Bij niet
tijdig ingrijpen kunnen
er complicaties optreden
die het leven van uw
hond in gevaar
brengen!
|