|
Omdat
secundaire epilepsie een
veelvoud aan oorzaken en
behandelingen kent,
beperken we ons op deze
pagina enkel tot de
behandeling van primaire
epilepsie.
Zodra
de vermoedelijke
diagnose van primaire
epilepsie is gesteld en
uw hond vaker dan eens
per 6 weken een aanval
heeft, wordt er een
behandeling met
medicijnen ingesteld.
Vaak zal dit
fenobarbital zijn. Al
naar gelang het gewicht
van uw hond zal er een
dosering worden
berekend. Deze dosering
is naast het gewicht
geheel afhankelijk van
hoe uw hond op deze
medicijnen reageert.
Sommige honden hebben
meer of minder van de
medicijnen nodig dan een
andere hond met
hetzelfde gewicht. Het
is dus ook belangrijk
dat u in de begin
periode een goed contact
houdt met uw dierenarts
en hem of haar eventuele
bijwerkingen meldt. Naar
aanleiding daarvan kan
de dosis voor uw hond
worden bijgesteld totdat
de juiste dosering is
gevonden.
Soms
gebeurd het dat een hond
niet goed op
fenobarbital reageert:
hij wordt hyperactief,
is helemaal niet
zichzelf en de aanvallen
komen heviger terug. Het
is dan belangrijk zo
snel mogelijk uw
dierenarts in te
schakelen, die dan twee
dingen kan doen: hij
laat de spiegel van het
medicijn in het bloed
testen om te kijken of
dat misschien te hoog
is, of hij kan andere
medicijnen
voorschrijven. Vaak is
het echter zo dat zulke
honden de juiste spiegel
in het bloed hebben,
maar ondanks dat niet
reageren op de
medicijnen, waardoor
uiteindelijk toch voor
een andere therapie
wordt
gekozen.
Zo'n
andere therapie kan
bestaan uit een van de
volgende
medicijnen:
- Primidon
- Epitard
- Kaliumbromide
- Valium
- Overige
middelen
Primidon
(Mysoline) wordt in de
lever omgezet tot
fenobarbital, waarbij
als reststof
phenylethylmalonzuur
(PEMA) overblijft. Deze
reststof kan bij langer
gebruik ernstige
leverproblemen
veroorzaken. Primidon
wordt daarom ook alleen
bij uiterste noodzaak
gebruikt. Mocht uw
dierenarts deze
medicijnen
voorschrijven, vraag hem
dan in plaats van
primidon fenobarbital
voor te
schrijven.
Epitard
(slow-release
fenytoïne) is een
medicijn dat ontwikkeld
is voor honden die niet
goed op de gebruikelijke
therapie van
fenobarbital reageren.
Het vertoont minder
bijwerkingen dan
fenobarbital.
Kaliumbromide
(KBr) werd vroeger
veelvuldig gebruikt en
is waarschijnlijk het
oudste anti-epileticum
dat er bestaat. Dit
medicijn heeft als
nadeel een lang
halfwaardetijd en heeft
verscheidene
bijwerkingen als
duizeligheid, sedatie,
emotionele stoornissen,
constipatie en braken.
Daardoor is het wat in
onbruik geraakt toen
fenobarbital op de markt
kwam. Echter neemt het
gebruik van dit middel
de laatste tijd weer
toe.
Valium
(diazepam) is niet echt
een anti-epilepticum.
Het medicijn breekt een
aanval af, maar voorkomt
geen nieuwe. Daarom
wordt Valium veelvuldig
ingezet ter doorbreking
van clusters (zie de
pagina
<valium
protocol>
en bij de behandeling
van status
epilepticus.
De
overige medicijnen
bestaan hoofdzakelijk
uit humane produkten
(valproïnezuur,
carbamazepine,
paramethadione,
diphenylhydantoine) die
bij de hond weinig tot
niet effectief zijn
wegens een te snelle
halfwaardetijd.
|